Levensloop

.

2019

Geen Viking dus, maar eh … wat dan wel?

Geen Viking dus, maar eh … wat dan wel?

De foto is klaar, de titel is bedacht. Zelfs de speellijst is bekend. Nou het programma nog. Ach, kleinigheidje hou je altijd. Ik neem aan dat het wel goed komt. Wat ik in de maanden maart en april van het volgend jaar uit ga kramen, tijdens die 20 try-outs, al schiet je me dood. En ook het decor, geen idee. Ik denk zelf dat mijn technicus Bart zich weer een breuk gaat tillen aan het kreng, maar wat het wordt? Nee, geen halve deux cheveaux, geen oldtimer telefooncel, geen reusachtige kast of solex, geen pianoboot en ook Geen Viking. Dat weet ik al wel zeker. De rest komt wel. Zo niet, dan toch. Kijk voor de speellijst op de speellijst. Klinkt al goed, niet?

2016

KaasKleum

KaasKleum

 

De 15e voorstelling van Mark van de Veerdonk gaat over Het Menselijke Tekort: We willen steeds meer en meer en juist daardoor krijgen we alsmaar minder. Zo komen we onderhand om in de nutteloze gadgets, gereedschappen en goederen. Welke oen heeft bijvoorbeeld de sleutelhanger bedacht, de uitvinding die het mogelijk maakte om al je sleutels in één keer kwijt te raken? Wie kwam op het onzalige idee om chips te gaan verkopen in ouwe tennisbal-kokers? En het ultieme middel tegen droog haar is toch gewoon water!?

In Kaaskleum gaat de Brabantse cabaretier op zoek naar dingen die er nog wel degelijk toe doen. De rest mag, wat hem betreft, gerust met de aanstaande zondvloed mee.

Het lachspektakel duurt zoals gewoonlijk ruim tweemaal 50 minuten. Daarbij staat, hangt en zit Mark weer tegen, onder of bovenop een idioot decorstuk, zo onderhand zijn handelsmerk. Net zoals de hoge grapdichtheid van zijn shows. Alleen Tokyo komt met zijn bevolking in de buurt, qua dichtheid dan.

2014

TOF

TOF

De eerste try out in Gorinchem duurde twee maal anderhalf uur. Amnesty International is gebeld, voedselpakketten zijn afgegooid en de emotionele schadeclaims van mijn publiek buitelden over elkaar heen. Het is inmiddels allemaal goed gekomen. TOF is een programma waarvoor ik me niet hoef te schamen. Wat heet, ik ben zelfs keitrots op wat Bart, mijn technicus, en ik op de planken gooien. En oh ja, natuurlijk ook op Bernard Versteeve onze vaste decorbouwer. Deze keer heeft hij zichzelf (en ons) overtroffen. Ja, we mogen rustig stellen dat het een beetje uit de hand is gelopen. En daar moeten we het mee doen (tot eind januari 2016). Kom maar kijken als je durft.

2013

Weltebarsten

Weltebarsten

Al op de eerste dag van mijn hoofd-leeg-maak-maandje op het prachtige Pembrokeshire Coast Path in Wales liep ik pardoes tegen mijn nieuwe decor aan: een ouwerwetse telefooncel. En in een minuut of vijf had ik vervolgens het hele raamwerk van mijn nieuwe show in mijn hoofd met als pitch: Man Kraakt Telefooncel. Decorbouwer Bernard Versteeve deed de rest.  Voor de pauze was het een originele Brinkman Van der Vlugt cel uit 1931, maar na de pauze was het ineens een keukentje waar Jamie Oliver jaloers op zou zijn. 
Het klinkt nou erg simpel, en dat was het eigenlijk ook. Vanaf try-out nummer drie in Engelen liep het gesmeerd. Niet op de laatste plaats door mijn nieuwe technicus Bart Reijnders. Jawel uit Oss, alsof het allemaal al niet Brabants genoeg was. 
 
Het was weer mooi om na afloop te horen wat de toeschouwers er zelf allemaal op, aan en achter hadden verzonnen. Was het werkelijk een harde aanklacht tegen het verregaande consumptisme of nee, dan toch zeker afrekening met de huidige Google-generatie, toch?  Eh, ja, zeker wel. En nog veel meer. Maar toegegeven, die cel stond wel ergens voor, dat klopt. Ik heb zelf nog een ouwerwetse Nokia. Zegt dat genoeg? 
 
HAREN GEMEENSCHAPSHUIS 2013
In de provincie Groningen heeft een klein jaartje geleden een meisje een uitnodiging voor haar verjaardagsfeestje op facebook gezet. Resultaat: ruim 500 doorgedraaide jongeren en nog een paar weken herrie in het gemeentelijke bestuur. Haren dus. In Brabant hebben ze ook een Haren, en er zijn meer gelijkenissen. Bijvoorbeeld wat betreft het volume tijdens hun verjaardagsfeestjes. De buurman van het gemeenschapshuis werd toevallig net op de dag van ons optreden 50 jaar oud, en heel Haren en omgeving had hij blijkbaar uitgenodigd. Inclusief een man die prima geluidsboxen leverde, ddie hij op een kleine twee meter afstand van ons gemeenschapshuis had opgesteld. Tja … Mijn show duurde zoals gewoonlijk tweemaal 50 minuten en ik heb inderdaad tweemaal 50 minuten boven de feestmuziek van de b uren uit moeten gillen. Maar gezellig dat het was …  
 
 
OPENDE BARONTHEATER 2013 
De apotheose van mijn vorige show gaat dus een vervolg krijgen. De thuisbasis van fietsmuziekcorps Crescendo zit lekker vol en de stem van Omroep Brabant Kristian Westerveld galmt over het Friese Publiek. Mijn beginsein. De telefoongaat en ik kom op. Maar het zou nou verder toch stil moeten zijn. Tussen de telefoonrinkels door hoor ik, als ik het goed heb, de piratenheld Jannes zingen dat zijn naam inderdaad Jannes is. Mooi, maar waarom galmt die vent onafgebroken door? Ineens zie ik de technicus van dienst de zaal uit stuiven. En na een minuut of 10 houdt jannes ineens zijn mond. Eindelijk rust! 
 
Na de voorstelling vertelt de technicus het verhaal. Toen hij de muziek hoorde is hij linea recta naar buiten gerend, op de fiest gestapt en is als een dolle door Opende gaan rijden. Hij vermoedde namelijk dat er mensen illegaal aan het zenden waren, iets dat wel vaker voor komt in deze West-Groningse plaats.  Bij de derde boerderij waar hij langs fietste, zag hij licht in de stal branden. en inderdaad daar zaten een 8-tal jongeren te genieten van hun eigen programma. Uitzetten wilde ze hun zendapparatuur niet, maar het kon wel wat zachter. Mooi hè? Nee, geen juli 1971 maar het is toch echt oktober 2013. Zo’n gebeurtenis past natuurlijk perfect bij dat voorhistorische  tellefooncelletje.

2011

Tolaat de vlogodre kiwjt

Tolaat de vlogodre kiwjt

Na bijna 150 voorstellingen van Ranjaneurose had ik ’t even helemaal gehad. Avond in avond uit net-niet-doodgaan op een wc-tje was me niet in de kouwe kleren gaan zitten. Begin 2010 ben ik daarom in m’n uppie uit gaan waaien in Nieuw Zeeland. Ik kwam als herboren terug, met totaal onverwacht het thema voor mijn nieuwe show: heimwee. Het kwartje was gevallen op mijn laatste trektocht (Routburn track) door het woeste gebergte van het Zuidereiland. Daar was ik de uit Nederland geëmigreerde Debbie Egan tegen gekomen en springend van rotsblok naar plateau was ons gesprek op haar nog bestaande band met haar moederland gekomen. Haar thuishunker dook vooral bij ziekte en verdriet op maar was verder totaal onvoorspelbaar en ongrijpbaar.

Terug in Slabroek ben ik alles over heimwee gaan lezen wat er maar te vinden was. En zo kwam ik uit bij het prachtige boek Het Wrede Paradijs van de Hylke Speerstra. Deze Friese auteur laat Friese emigranten vertellen over hun herinneringen aan het vertrek indertijd. Het verhaal Het Gebroken Voorjaar pakte me meteen bij de lurven en is de basis gaan vormen voor mijn 12e programma Tolaat de Vlogodre Kiwjt, het relaas van een reiziger die al heimwee heeft voor hij daadwerkelijk is vertrokken. Tussen het onafzienbare defilé aan grappen, verdraaiingen en anekdotes door werd het verhaal in de loop van het seizoen steeds duidelijker.

Klapstuk van de tour is de aller-allerlaatste in het dorp Opende. Daar speelt zich namelijk het door Speerstra opgetekende verhaal af. Het hartverscheurende vertrek van de familie Baron, de afscheidsserenade door fanfare Crescendo, het geheim van vader … Op 11 februari 2012 breng ik het verhaal weer thuis bij de opening van het door de familie Baron zelf geschonken theater.

 


Duiven 2011

Ongelofelijk. Hoe kan dit? Drie minuten voor het einde van de show verhaal ik over een denkbeeldig optreden in Leusden alwaar de voorzitster van de Culturele Raad mij na afloop een condoom geeft met de mededeling: “Na alles wat ik gezien en gehoord heb, lijkt het me beter dat jij in ieder geval niet meer voortplant.” Let wel, dat zei ik drie minuten voor het einde, en bij het slotapplaus krijg ik een fles wijn met daaraan 8 opgeblazen condooms gemonteerd. Hè, hoe, wat, wanneer?


 

Venlo 2011

Ons decor blijkt te groot. Voorstellingen in Wadway en Pepijn zijn al afgelast en nu dreigt het zelfs in een schouwburg fout te lopen. Ons half 2CVtje kan niet in de goederenlift naar boven. En daar moet het wel heen, naar de kleine zaal van de Maaspoort. Hoe krijgen we dat 187 kilo zware gevaarte dan naar boven? Nou gewoon, over de trap langs de grote zaal omhoog. Tussen de spelers en publiek van de schoolvoorstelling die er speelt, sjouwen we met 6 technici het autootje naar boven. Net voor verdieping 2 wankelt het ding richting afgrond maar een stoere (en tamelijk forse) Limburger redt ons seizoen door er met zijn volle gewicht onder tegenaan te beuken (veul dank!). Naar beneden
ging het later veel sneller.


 

Heeswijk 2011

Buitenoptreden op geboortegrond de Kersouwe. Rijden met de auto is lastig door de houtkrullen. Waar we echter helemaal geen rekening mee gehouden hebben, is het aflopend podium, uitmondend in de vijver. Nou ben ik daar vorig jaar met volle verstand in gaan staan, maar dat was één keer leuk. Dit jaar hoeft mijn hele decor (autootje) er echt niet in te verdwijnen. Terwijl ik er boven afklim voel ik het vehikel langzaam naar voren schuiven. En juist op dat moment klapt mijn raampje dicht. Oei, dat was mijn traptree. Nog twee meter en we liggen in de plomp. Hoe ik naar beneden ben geklauterd of gesprongen, weet ik niet meer. Ik hield nog 30 centimeter over anders
hadden we een nat pak (en een nat decor) gehaald.

2009

Ranjaneurose

Ranjaneurose

Als je even naar boven scrollt helemaal naar het begin van mijn levensloop zie je het jaartal 1959. Oeps, dit jaar word ik 50. En bij mijn vader hield het daarmee op. Zijn hart bedoel ik. Bij het schrijven van mijn 11e programma spookte de sterfleeftijd van mijn vader me constant door mijn hoofd. Logisch dat dit het thema van de voorstelling werd. Word ik ouder dan mijn vader? Dat is wel een hele gekke gedachte.

Drie meter hoog op een toiletpot gezeten komt het cruciale moment steeds dichter bij. Mijn vriendin werd daar niet echt vrolijk van dus die heeft deze voorstelling niet echt vaak gezien. Voor mijzelf was het een hoogtepunt. In Ranjaneurose zag je wie ik werkelijk ben…. geloof ik.


Huizen 2009

Net voor de try out in Huizen loop ik met mijn hond Sjeng van de chinees naar theater de Boerderij. Plotseling ziet ze een kat en rent tegen een schutting op. Ik trek aan de riem en stap achter me een riooldeksel op. Ik hoor iets knappen en dat blijkt mijn enkel. Gelukkig niet gebroken. Ik heb wel de hele week opgetreden op de toiletpot, mijn enige decorstuk. Om de zoveel minuten checkte ik mijn voetbaldikke enkel. Het viel niemand op dat ik daar 2 uur maar zat te zitten. Nou ja, Carl mijn technicus. Die hoefde erg weinig licht in te hangen in deze week.


 

Heeswijk 2009

 

Hoogtepunt van het jaar was mijn optreden in mijn geboorteplaats Heeswijk. In de bossen van de Kersouwe. Ik had ’s middags al de boot zien liggen in de gracht en iedereen heeft me gewaarschuwd om vooral NIET in te stappen. Tuurlijk, toch gedaan. Sterker nog, ik ben er uiteindelijk aan de verkeerde kant uitgestapt. Mijn zender zat gelukkig hoog onder mijn oksels gebonden. Onvergetelijk moment met bloemen van mijn zus in haar eigen vaas (laars).


 

Bekijk alle foto’s op de site van Jos van Kaldenhoven

2007

Lui Oog Gezocht

Lui Oog Gezocht

Een cabaretprogramma lijkt wel een liefdesrelatie; je kunt je nog zoveel in je hoofd halen maar uiteindelijk pakt het toch altijd anders uit dan je denkt. Ik had het helemaal in mijn hoofd: het zou een programma gaan worden over het smelten van de ijskappen. Dat leek me prachtig, met echt ijs in het theater dat in twee uur tijd helemaal wegsmelt. Maar ja … na een bezoek aan de voorstelling van Tapdogs begon het al lichtelijk te verschuiven. Er moest een klein podiumpje komen waarop ik mijn povere tapkunsten zou gaan vertonen. En … het moest gaan regenen! NOG mooier, een watersnoodramp dus.

Lui Oog Gezocht is eigenlijk ontworpen door de decorbouwers Ronald Schinkelshoek en Bernard Versteeve. Zij bouwden een prachtig podium dat van ontbijttafel pijlsnel kon veranderen in een bed (inclusief vriendin) en daarna met twee zwaaien naar links een stuk dak kon worden. Met dat decor kon mijn programma niet meer stuk. Floeoep een voetbalveld … ritssss een piano. Als er dan ook nog een varken uit de lucht komt gevallen … dan komt de tekst vanzelf.

Uiteindelijk is er toch veel gesneuveld. Met als toppunt het schilderij ‘le Conversation avec le Jardinier’ van Renoir. Deze Franse impressionist heeft in 1876 mij geschilderd … met een lui oog. Echt waar … maar in de voorstelling liep dit verhaal niet. Floep …eruit.
Tijdens de toernee is de voorstelling van tweemaal drie kwartier gegroeid naar tweemaal een uur. En in Reusel werd het optreden NOG langer. Maar ja …daar wilde het maar niet regenen …..

In het Koningstheater maakte Jaap Reedijk deze fotoreportage.


2007, Reusel, de Kei

Tijdens een voorstelling gaat er altijd wel iets mis. Niemand valt het op. De broodrooster valt van tafel, de trap glijdt naar achteren (premiere Utrecht, drie blauwe vingers), ik schuif uit tijdens het tappen …ach ik lach wat, en praat verder. Maar het technisch malheur van deze avond was niet te verdoezelen.

Lui Oog Gezocht werkte doelbewust naar een spetterend einde toe. Letterlijk spetterend, want een enorme hoosbui was het klapstuk. Helemaal op het einde van de show draaide ik mijn rug naar het publiek, en dan na 3 seconden begon het eerst voorzichtig te druppelen. En daarna scenario wolkbreuk. Althans zo was het al zeker 30 voorstellingen gegaan. Hoe het kwam is zelfs bij de parlementaire onderzoekscommissie  nooit helemaal boven water gekomen (als ik deze ontoepasselijke beeldsspraak mag gebruiken) maar in Reusel ging het mis die avond.

Finale: Ik draaide me om, wachtte drie seconden maar er druppelde niets. Nog eens 3 seconden … het publiek wilde gaan klappen mar ik maan ze tot stilte. Nog eens 3 seconden … ik draai me terug met gezicht naar de zaal … nog steeds niets … en tja, dan maar buigen en afdruipen … Die avond bleef het droog.

Nagekomen bericht: de parlementaire onderzoekscommissie laat hierbij weten dat het voor 87 % zeker is dat de cabaretier M.J.M. van de Veerdonk op deze onderhavige datum en plaats na de pauze bij het betreden van het podium de tuinslang ZELF!!! heeft losgeschopt.

2005

En De Wereld Is Vierkant

En De Wereld Is Vierkant

Een man in een kamer. Eenzaam naar buiten turend door zijn vierkanten raam.

Meestal is eenzaamheid een keuze die anderen voor je maken maar niet in dit geval. Althans dat houdt deze man  zich voor. De buitenwereld is een verzamelplaats van egocentrische eenlingen geworden maar niemand ziet het. Daar WIL je toch niet bijhoren! En de wereld is Vierkant gaat over eenzaamheid, over stalken, de verstikkende gezelligheid van de Jaarmarkt van Mosbulten en natuurlijk over mijn tweelingbroer.

Ooit van het Vanishing Twin Syndrom gehoord? Er zijn geleerden die beweren dat het percentage tweelingen (nu 8 procent van alle zuigelingen) in het begin van de zwangerschap bijna 10 maal hoger ligt dan aan het eind, bij de geboorte. 8 op de 10 mensen zouden daarom onvolledig op de wereld worden gezet; ze missen hun wederhelft. Eenzaamheid is eigenlijk niets anders dan diepgewortelde rouw om je prenatale verlies. Dat is even slikken,  he? En stel je nou eens voor dat  je doodgewaande broer plotseling voor je raam verschijnt!? Daar komen hele cabaretprogramma’s van.


2005 Gorinchem, Peeriscoop

Misschien vreemd, maar we hebben hem nooit een naam gegeven… mijn broer. Of hij dat erg heeft gevonden weet ik niet. Zo spraakzaam was hij niet. Alhoewel, er is een moment geweest dat hij een spontaan een woord heeft gezegd.

In 2005 speelden we tweemaal achter elkaar in theater Peeriscoop van Fred Delfgaauw in Gorinchem. Na de voorstelling kon Fred, zelf begenadigd poppenspeler,  zijn ogen en handen niet van mijn broer afhouden. Deze anecdote gaat over de ochtend na mijn eerste voorstelling daar. Wahid, de schoonmaker van de Peeriscoop kreeg toen de schrik van zijn leven. Bij het openen van de kleedkamer zag hij mijn broer op een van de stoelen liggen, met zijn hoofd naar beneden gedraaid. In paniek belde hij de directeur en riep met overslaande stem door de hoorn: “Fred, een lijk …kom snel!”
Toen Fred aankwam zat Wahid wit weggetrokken in de foyer. Fred besloot het spelletje nog even door te trekken. Bij het openen van de kleedkamer speelde hij verontruste theaterdirecteur die weldra een lijk zou ontdekken. En bij het zien van mijn broer riep Fred opgelucht “Ach da’s waar ook, Mark van de Veerdonk, die heeft hier gisteren gespeeld. Lekker geslapen Mark?” Hij boog zich naar de pop toe, wurmde snel zijn hand in het bewegende mondmechanisme en liet hem “koffie koffie” stamelen.

Vijf minuten later bood Wahid mijn broer een heerlijk kopje koffie aan. Die is nou inmiddels wel koud …

2003

Hoe Ik Pudding Ruik

Hoe Ik Pudding Ruik

Wat in oorsprong een programma over zigeuners had moeten worden, ontpopte zich tot een zoektocht naar mijn jeugd. Een ware queeste waar Monty Python met hun graal een puntje aan kon zuigen! Ehem …  Mijn graal bleek echter een bakje vanille pudding … met harde stukjes. Het begon allemaal met de vondst van een kindertruitje in de la van mijn helderziende overbuurvrouw Van den Oetelaar en eindigde met de film van mijn leven in kamer 254 in het G.G.G. (Gesticht der Geheugen Gestoorden).

Als je het voorgaande leest zou je zeggen dat het een volstrekt maf programma was, en dat klopt. Allen die er overeenkomsten met het gedachtegoed van Marcel Proust in ontdekten en vooral de bezoekers wier levensinzicht aanmerkelijk is vergroot door deze voorstelling … bied ik mijn welgemeende excuses aan.


2003, Heeswijk, de Kersouwe
Boeren bellen me wel ’s op als het een tijd lang droog is geweest. Mark, kun je niet weer ’s in de Kersouwe komen optreden? Dan regent het weer ’s ….
Inderdaad, ik heb denk ik inmiddels 25 keer in het Brabantse openluchttheater gestaan en het heeft er 25 maal geregend.

In 2003 zag het er voor het eerst hoopvol uit. Strakblauwe lucht. Had ik toen mijn grote mond maar gehouden. Maar nee, ik kwam arogant op, keek omhoog en zei “Wie heeft de sprinklerinstallatie uitgezet? Nou…?” Drie minuten later hoorden we een licht gebrommel in de verte. Jawel, onweer op komst. En hoe?!
Die avond is de bliksem in onze lichtinstallatie geslagen. Ik heb nog even tussen het publiek doorgespeeld … maar met 800 drijfnatte mensen om me heen was dat niet echt overzichtelijk meer. Anderhalf uur later kon de show verder.


2004,  Oisterwijk, het Cultuurcluster

Ik had begrepen dat de zaal sowieso zou moeten worden afgebroken. En onze toernee zat er ook bijna op die 24e januari. Dus zo erg was het nou ook weer niet. Ach, het zal misschien iets met de voorstelling in het Koningstheater de dag ervoor te maken hebben. Daar waren opnames gemaakt voor Pasen bij Omroep Brabant. De stress was dus voorbij ….

Het gebeurde in deel 2 van de voorstelling. In de pauze had technicus Jeroen Smits zoals altijd het kleine wollen truitje in het koelkastje gestopt. Bij het openmaken van het koelkastje zou het licht in de koelkast aangaan en ik zou er het truitje uitpakken. Althans dat was de bedoeling. Maar Jeroen deed de lamp dus een half uur te vroeg aan. En daar kon het wollen truitje daarbinnen niet tegen. Toen ik in mijn verhaal aankwam in het G.G.G. (Gesticht der Geheugen Gestoorden) begon het op het podium verdacht te stinken. De kroketten voor na afloop, dacht ik eerst nog. maar toen er een hele walm het podium overstak en er vanuit het publiek werd gegild werden Jeroen en ik wakker. Hellup, het truitje staat in de fik. Kordaat optreden van mijn kant heeft een Oisterwijkse ramp voorkomen: ik heb het brandende truitje uit het kastje gepakt en ik ben er op gaan staan. Ik wacht nog op mijn lintje.

(wat stinkt het hier).

2001

Knurft

Knurft

“Ik hoop niet dat ik je beledig Mark, maar je hebt totaal geen aanleg”.  Danslerares Dimphy van Alphen draaide er niet omheen na mijn eerste dansles. Ik had duidelijk geen “soul” in mijn heupen. En toch, Marvin Gaye, The Jackson Five, The Tramps, ik heb er heerlijk op staan dansen. Na de laatste voorstelling en anderhalf jaar van hardnekkig oefenen kwam er in Gorinchem een mevrouw op me af die zei: “Erg leuk, maar weet je wat JIJ ´s moet doen? Dansles nemen.”


2001, Gouda Schouwburg
Tegenwoordig heb ik er eentje die gaat piepen alsie leeg is. Maar toen bestond dat geloof ik nog niet. Ik doel op mijn benzinemeter. Op weg naar Gouda sloeg dus het noodlot toe. Hakkepuf prut klaar. Geen benzine meer. De ANWB gebeld. Daar werd ik ontvangen door een lekker soulnummertje: “I’ll be there”. Wat een toeval, dat gebruikte ik ook tijdens mijn voorstelling.  Als slotnummer. Volgens de ANWBjuffrouw zou er snel een wegenwachter komen. Gelukkig was ik ruim op tijd vertrokken dus tijd genoeg. Maar om zes uur was er nog steeds niemand. Ik heb die avond het nummertje I’ll be there zeven keer gehoord. Maar geen ANWBer gezien.

Om half acht heb ik een taxi gebeld, in Ede. Na een kwartier verscheen er een imposante Mercedes. De bestuurder liep tegen de 70 en zo hard reed hij ook. Op mijn vraag of hij niet de normale snelheid van 120 kon rijden zoals de rest zei de man dat hij net aan een liesbreuk was geopereerd en dat hij het gaspedaal niet lekker in kon drukken.
Om half negen exact kwamen we bij de schouwburg in Gouda aan. Maar daar bleek ik nog te moeten pinnen. Dus weer Gouda in. In de stad rende een jongen hard richting schouwburg. Toen hij me zag minderde hij vaart. Oh, zei hij, als jij HIER staat, kan ik nog wel even rustig aan doen. Juist toen men het publiek voor een kopje koffie weer de foyer in wilde jagen kwam ik op. Later bij het nummer I’ll be there verscheen wat schuim op mijn lippen.


2002, Best, de Prinsenhof
In Best heb ik heel wat try-outs gegeven. De eerste keer werd me gevraagd hoeveel pauzes ik had. En toen wist ik dat het geen reguliere voorstellingen zouden worden. Er is altijd veel commotie en hilariteit. Gelukkig weet ik ze inmiddels te zitten, de jongens van de hockeyclub.
Ik speel altijd twee dagen achter elkaar. lekker handig, kan ik de hele zut laten staan. Dit jaar werd mij na de voorstelling verzocht of ik na afloop de kleedkamer leeg wilde achterlaten. De volgende dag bleek waarom. Op mijn kaptafel lag nog een grote bos bloemen met een groot lint “Rust Zacht”. De kist was koud weg.


 

1999

Ja Dáág!

Ja Dáág!

Met dit programma ben ik inderdaad doorgebroken. Zo bij m´n enkels. Bijna een jaar lang heb ik in Den Haag getraind in grondacrobatiek: stoeltje, handstand, secretaressezit (!?). Afwisselend spelend met de acrobaten Johannes Fischer en Paul Griffioen snuffelde ik voorzichtig aan de grote zalen. Iedere voorstelling was (door mijn belabberde techniek en onderhuidse rivaliteit met de acrobaten) weer totaal anders: 130 premieres dus. Maar ik leef nog.


1999, Hoofddorp Het Oude Raadhuis
Ik zat allerminst goed in mijn vel die avond. Niet verwonderlijk want ik had een paar uur eerder een enorme trap gehad van een eenjarig paard bij ons achter in de wei. Niks gebroken maar mijn linkerbovenbeen was wel twee keer zo dik geworden en voelde aan alsof er een pitboel aanhing. Het moet het Hoofddorp’s publiek ook zijn opgevallen. In deel 1 van de show speelden we namelijk  twee schoolkinderen in korte broek. Die avond had ik één rose en één blauw been.

Ik ben in mijn carriere een paar keer stevig gevallen (tijdens een natte buitenvoorstelling  voorover geslipt in Heeswijk en in Schijndel achterover het anderhalve meter hoge podium af) maar nooit zo dramatisch als die avond in Hoofddorp. Acrobaat Johannes Fisscher stond in handstand op mijn schouders, ik verplaatste mijn linkerbeen een beetje en kreeg acute kramp. Johannes schiet naar voren, ik grijp hem nog net de stropdas, doe twee stappen terug en blijf mirakuleus op het schooltafeltje staan. De scene erna ging het goed mis. Dubbelgevouwen in het tafeltje konden mijn spieren het niet meer aan. Ik klapte uitgeput naar links, op een halve meter van het publiek. Eindelijk doorgebroken.

Voor de acrobaten maakte het allemaal niet zoveel indruk. Wat wil je? Een paar weken eerder had ik enkele vingers van acrobaat Paul Griffioen uit de kom gestoten. Hij heeft toen het einde gehaald en is pas een half uur na afloop richting ziekenhuis vertrokken.

1996

Boem Beng Kabam!

Boem Beng Kabam!

Met een Zwitserse koebel en een aquarium maakte percussionist Rene Spierings het geluid van een tangverlossing. Of deed hij dat met het wiel van een Opel Astra en een verfkrabber? In ieder geval heb ik alle rommel nog in de schuur staan. Behalve de djembe
en de gesampelde marimba natuurlijk. Die gebruikt Rene nu bij slagwerkgroep Percossa. Ja, veul gelachen met dat tiep uit Beek en Donk.


1996, Utrecht Stadschouwburg

De spannendste premiere ooit. Bij het plannen van deze eerste echte voorstelling in Utrecht hadden we geen rekening gehouden met het drukke speelschema van percussionist René Spierings. Hij moest die ochtend met percossa in Duitsland spelen en het was maar de vraag of hij wel op tijd terug in Utrecht kon zijn. Zeker met die drukke vrijdagfiles.
Het optreden stond gepland om half negen maar om zeven uur nog geen spoor van René. Half acht: niemand. Acht uur, niks. Nou begon het toch spannend te worden. Technica Ellie van Rutten, de mensen van impresariaat Mojotheater, en ook ik begon hem tamelijk te knijpen. Om kwart over acht kwam René binnengestormd. In tien minuten werd de soundcheck er doorheen gejast terwijl René van kostuum wisselde.
Verder liep het als een trein.


1997, Baarn, Hotel Hooge Vuursche

Naast de theatervoorstellingen speel ik regelmatig voor bedrijven en organisaties (zie bij boekingen op deze website). Tijdens deze optredens gebeuren vaak de mafste dingen. Maar ik heb mezelf hierover min of meer zwijgplicht opgelegd. Dus over mijn hoogtevrees tijdens een acrobatiek-optreden voor een groep leerkrachten op de bovenste verdieping van het gemeentehuis  Den Haag kan ik het hier niet hebben. Noch over de voorstelling voor de KPNtop in Baarn. Nou vooruit, heel kort. René en ik hadden op het eind van deze voorstelling alle 150 managers zo gek gekregen dat ze achter ons aan de tuin in huppelden en via de vijver, de bijgebouwen en de oprit weer aan de voorkant de trappen op kwamen gedanst. Meer zeg ik niet. De rest laat zich raden.

1994

Odysseus op Kostschool

Odysseus op Kostschool

De aanloop naar dit programma was erger dan de reis van Odysseus zelf. Tijdens de opnames voor de kust van IJmuiden sloeg onze boot bijna om, cameraman Geert de Bruin viel in Utrecht net niet van een dak af, in Archeon waaide ons decor weg etc. etc. Zes maanden voorbereiding voor een half uur 16 mm. film! Nu zou dat veel handiger gaan met video en beamer. Overigens was het resultaat nog niet eens zo belabberd.
Hoogtepunt: Tour de France voor groot scherm met acteur Frans de Wit als dubbele Joop Zoetemelk. Pianist Marcel Schmidt zag het en keek er naar.


1994, haven van IJmuiden.

Voor de laatste filmscenes van het programma waren we naar de haven van IJmuiden gereden. Daar zouden we de roeiscene gaan opnemen. Odysseus zou hier het laatste eindje naar Itaka varen. En die skyline van de hoogovens waren daarvoor een perfect decor.
Bij aankomst regelden we een schipper die ons mee de zee op nam. Zijn bootje was wel erg klein. Onze zware gehuurde ( maar peperdure) camera schommelde er lustig op los. Midden op zee legde ik de schipper uit dat we later in de voorstelling een lege achterplecht nodig hadden op het scherm. Hij begreep het, maakte zijn roer vast met een touw en dook zelf weg. Hij riep nog snel dat we wel moesten opletten voor andere boten. Ja Hallo! We zijn hier bezig een gouden kalf te winnen.
Na drie minuten van opnames keek ik even achter me. Ik viel van schrik bijna uit de boot. Op nog geen honderd van ons vandaan kwam een joekel van een tanker onze kant opgevaren.  Ik riep de schipper die ook totaal in paniek het roer los knoopte. Uiteindelijk passeerde de tanker ons op amper 60 meter … en toen de golfslag!
We zijn net niet omgeslagen met onze camera. Tijdens de voorstelling heb ik al roeiend vaak teruggedacht aan deze Tsunami.


1995, Maassluis Schuurkerk.

Het programma had nogal wat technische haken en ogen. Ik speelde dus voor een groot filmscherm maar de beelden waren zo opgenomen dat de mensen achter me op ware grootte moesten zijn. Na een bezoek aan TNO (een wetenschapper vond het een leuk probleem, normaal was hij namelijk bezig met de projectie op de maan!) bleek dat voor een juiste grootte de projector tijdens de voorstelling op 3 meter 69 achter het doorzichtscherm moest worden geplaatst. Tenminste met een handig spiegeltje kon dat net.

In de meeste theaters was dat geen probleem. Maar in Maasluis was het podium slechts 4 meter diep. Ik heb toen de hele voorstelling op een 31 centimeter brede strook voor het scherm gespeeld. En er niet afgekukeld!


 

1993

De Schaduw van een Pygmee

De Schaduw van een Pygmee

Deze voorstelling uit 1993 is nog steeds actueel. Over de kleinste minderheid van Nederland. In het begin aangespoeld in Zeeland en op het eind weggeschommeld, terug richting Afrika.
Tijdens bedrijfsoptredens doe ik nog regelmatig het schimmenspel. En “Elvis without a nose”!

 


1994, Apeldoorn, Schouwburg Orpheus.

In het midden van de jaren 90 speelde Seth Gaaikema zijn laatste oudejaarsshow. Hiervoor had hij enkele maanden een serie try-outs geregeld. Maar zijn voorstelling was uiteraard niet avondvullend. Vandaar dat ze mij vroegen om in Apeldoorn als voorprogramma voor de pauze te spelen.
De schouwburgzaal zat vol. En duidelijk niet op mij te wachten. Mijn show over de 16e generatie pygmeëen in Nederland liep stroef. Na een half uur zette pianist Marcel Schmidt het liedje “Neger op Schiphol” in. In dit lied liet ik twee meningen over asielzoekers in Nederland door elkaar heen horen. Rechts en links. De eerste deed ik brallend, met een wat geaffecteerd stemmetje. Het verschil leek me duidelijk.
Nadat ik als bralaap iets riep over “die Chinezen, Senegal- en andere mafkezen …” stond een man op. Recht voor me, vooraan. Ik zong door maar zag zijn vrouw ook overeind komen. Duidelijk in de war, twijfelend of ze haar man moest volgen of niet. De man was inmiddels bij de deur, draaide zich om en riep heel hard: “Heee Van de Veerdonk, ze moeten je bij het groot vuil zetten”. Ik stopte even en vroeg … “Waar gaat U dan naartoe?”

Dit bleek het startsein voor de zaal om massaal op te staan en naar de foyer te benen. Van de 800 mensen hebben er slechts 200 mijn eindstreep gehaald.

De volgende dag kopte Tubantia “Schandalig optreden Van de Veerdonk”. Maar wat er zo schandalig aan was stond er niet bij. Want dat wist eigenlijk niemand. Ik ook niet. Ja, die man, die was schandalig.
Oh ja …Seth had veel succes die avond.


1994, Den Haag, Pepijn

We zijn al ruim tien minuten bezig als er een verliefd stelletje de zaal in loopt. Ze gaan in de stoelen voor technicus Ate-Jan van Kampen zitten. In de pauze vertelt Ate-Jan dat het er nogal heet aan toe gaat. Als later pianist MarcelSchmidt en ik met onze thunderburdshoeden van achteren weer opkomen en we zoals gebruikelijk met een theaterlamp  de zaal in schijnen weten we waar we op moeten richten. Wat we zien bevestigt het verhaal van Ate-Jan: 9 maanden later moet er ergens een Peppijntje geboren zijn.


 

1991

Blond Elastiek Plus

Blond Elastiek Plus

De cabaretkenners herrinneren zich misschien de act met de nijlonkous  (“inderdaad edelachtbare”) en de voorzitter van de Vereniging van Verlegen mensen.
Tijdens deze nummers speelde pianist Marcel Schmidt gewoon door, maar klassiektrompetisten Carl Daleboudt en Hendrik Jan Houtsma konden dan ineens niet meer blazen.
Deze show hebben we ruim 250 maal gespeeld.


1991, Tiel, Agnietenhof
In dit jaar heb ik het Leids cabaretfestival gewonnen. Tegelijkertijd wonnen Teeuwen en Smeenk cameretten. Vandaar dat we mekaar vaak tegenkwamen in de theaters. In een duo-programma. In Tiel speelde ik na hen.
Vanachter de coulissen had ik al gezien dat ze de zaal niet echt meekregen. Sterker nog, het publiek leek behoorlijk geschokt door hun liedjes en dialogen. Na een mager applausje kwam ik op.  Hans Teeuwen was ondertussen samen met Roland op weg naar de kleedkamer. In mijn ooghoek zie ik een vrouw in een blauwe jurk het podium opklimmen en ook naar achteren rennen. Achter de coulissen komen ze elkaar tegen en er ontspint zich een discussie die vanuit de zaal goed is te volgen. De dame in kwestie is vooral boos over hun liedje over incest. Weten die jongens eigenlijk wel waar ze over zingen? Schandalig! Zij heeft zelf incestslachtoffers in haar praktijk. Ik kan me niet meer verstaanbaar maken op het podium en vraag of ze de diskussie ergens anders kunnen voortzetten. Maar de vrouw is zo enorm over haar toeren dat ze nu echt begint te roepen. Ik besluit ze dan maar zelf richting kleedkamer te duwen.

Een jaar later word ik aangesproken door een technicus van de Agnietenhof. Hij kon zich het incident ook nog goed herinneren. Dat was een mooie combinatie, Hans Teeuwen en Jomanda …. Pas met terugwerkende kracht herkende ik die gillende blauwe jurk. Jomanda! Medium. Hans. Well done.


 

1987

Natte Voeten

Natte Voeten

Na enkele vingeroefeningen in het amateurswerk (viermaal een halve hoofdrol in het schoolcabaret gymnasium Bernrode onder leiding van docent Stef Bugter) probeerde ik eens wat uit op feesten en tussen schuifdeuren.
Met wisselend succes. Tijdens mijn studie sociale geografie hadden we feesten genoeg dus ook genoeg mogelijkheden om op een podium te klimmen. Na een half mislukt optreden op het jubileum van de universiteit Utrecht ben ik naar de openbare bibliotheek gerend, heb daar alle gouden gidsen van Nederland gepakt en allerlei verenigingen en organisaties aangeschreven: ik doe iets geks op het podium nodig me maar uit voor 150 gulden. Resultaat het eerste programma ”Natte Voeten”

Aan dit eerste programma uit 1987 ging dus een kleine drie jaar van probeersels vooraf. Ja, ik heb denk ik de traagste carriere van alle cabaretiers! Ik ben op 28 februari 1984 begonnen met een optreden bij studentenvereniging Veritas in Utrecht­ en 14 jaar later stond ik pas voor het eerst alleen in een grote schouwburg­zaal. De eerste jaren zocht ik vooral antwoord op de vraag “Hoe speel ik irritante pubers bij de flipper­kast weg?”

 


1987. Maastricht, studentenvereniging KOKO.
Mijn programma Natte Voeten begint met een hoop herrie. De Fliegende Holländer van Wagner bij windkracht 11. Zoiets. Mijn opkomst is niet zoals gewoonlijk op het podium maar vanachter uit de zaal. Vandaaruit klim ik in een natte regenjas over het publiek naar voren. Maar ja, bij Koko kon ik niet vanuit mijn kleedkamer achterin de zaal komen. Dus moest ik net voor het begin het raam uitklimmen en dan bij de voordeur aanbellen. Zo gezegd zo gedaan. Maar toen ik in mijn  natte regenjas aanbelde werd er in eerste instantie niet opengedaan. Na drie keer bellen ging de deur even open. De portier keek me aan en zei “te laat, de show is al begonnen” en gooide de deur weer dicht. Toen ik 10 minuten later toch binnen werd gelaten bleek er ook nog een hond achterin de zaal te staan. Ik ben nog nooit zo snel over het publiek richting podium geklommen.


1988, Rotterdam Luxor
Mijn ochtendoptreden op de eerste cabaretmarathon mislukt omdat ik de hele nacht niet heb kunnen slapen vanwege de gillende fans van Michael Jackson die in het Hilton één etage hoger slaapt. Op de marathon stond ik net na Johny van Doren (the selfkicker! liep kwaad weg) en een blote naturiste op gitaar (die had wel veel succes).


1989. Leiden, Korenbeurs (of hoe heette de oude visafslag toen?)
Ik ben nog geen 10 minuten bezig op het podium of tussen het publiek door komt een man op me afgelopen. Dit lijkt verdacht veel op de manier waarop ik zojuist naar voren ben gelopen. En hij draagt ook een gerafelde natte regenjas. Plus twee plastic zakken. Hij klimt het podium op. Ik kijk om me heen. Wie is deze zwerver, en wie heeft die man binnen gelaten? Hij gaat aan de piano zitten en brabbelt wat. Ik besluit om hem maar even daar te laten. Misschien druipt hij zelf af. Toevallig gaat mijn programma over iemand die stevig de weg kwijt is, dus maak ik de man tot onderwerp van mijn verhaal. De man maakt ondertussen een plastic zak open en haalt er brood uit. Hij begint leverpastei te smeren en deelt het uit aan het publiek. Soms roept hij iets onverstaanbaars naar mij en ik roep dan iets onnozels terug. Zo halen we de pauze.

In de pauze is de zwerver door de organisatie eruit gegooid. Na afloop komt er een mevrouw naar me toe en zegt: “Leuke voorstelling mijnheer Van de Veerdonk, maar waarom kwam Uw collega niet terug na de pauze?


1989, Made, jongerencentrum
Bestuur van het jongerencentrum weigert mij de afgesproken gage van 250 gulden te betalen omdat ik slecht éénmaal 75 minuten heb opgetreden zonder pauze.

1959

Geboren te Heeswijk

Geboren te Heeswijk

Tien voor vijf s’morgens. Na mijn geboorte ben ik nooit meer zo vroeg opgestaan. Al na een half uur klonk de sirene van de brandweertoren naast ons huis. Het hele dorp liep uit, mijn moeder glom van trots en wilde al het balkon op om de baby aan het volk te tonen. Toen ineens een harde kreet ook de rest van brabant wakker maakte: ” Dun Baron Stu In De Fik!! ”

Op de Ochtend van mijn geboorte was het pauwenhok van kasteel heeswijk in brand gevlogen. Een pauw heeft hierbij het leven gelaten.


1967, de Pyrex Ovenschaal

Ik moet een jaar of acht zijn geweest toen het gebeurde. Mijn moeder was aan het stofzuigen …(mijn moeder was altijd aan het stofzuigen, ik herrinner me nog de sensatie dat ik er achter kwam dat ze kon worden losgekoppeld van de zuiger …en dat ze gewoon doorleefde!) … werd er aangebeld. Het was een man die meteen met de voordeur in huis viel: Goededag mevrouw, hebt U ooit gehoord van Pyrex ovenschalen, met de drie T’s: transparant, thermisch bestendig en …”. “Te duur”, zei mijn moeder duwde de deur weer dicht. Maar net voordat de voordeur sloot gooide de man een ovenschaal de gang in, de plavuizen op. En …de schaal bleef heel; geen stukje eraf.
Volledig tegen haar principes in, maar overdonderd door dit stukje ondoorgrondelijke techniek, kocht mijn moeder die ochtend een Pyrex-ovenschaal.

Rond het middaguur kwam ik thuis met mijn broer Jan. Teruggelopen van de Norbertusschool. Nietsvermoedend kwamen we de keuken binnen en daar stond mijn moeder met een triomfantelijke blik. “Kijk ’s hier jongens”, riep ze …en ze gooide de ovenschaal op de grond … in duizend stukjes.
Ik keek mijn broer aan. Hij dacht hetzelfde: …. nog vanmiddag gaan we allebei op zoek naar een pleeggezin.


Social media & sharing icons powered by UltimatelySocial